Onderscheid met fytotherapie
De gemmotherapie onderscheidt zich op 2 belangrijke uitgangspunten sterk van de fytotherapie:       

  • de gebruikte plantendelen
  • de bereiding
     

De gebruikte plantendelen:
Voor de bereiding van de verschillende preparaten worden uitsluitend verse plantendelen gebruikt die volop in de groeifase verkeren. Deze embryonale plantendelen kenmerken zich door hun grote biologische activiteit: de vele ongedifferentieerde cellen delen zich snel en veelvuldig. Aangezien genoemde plantendelen zich in het stadium van actieve celdeling bevinden, bevatten ze een hoog gehalte aan specifiek werkzame verbindingen, die in veel geringere concentraties aanwezig zijn in de meer gedifferentieerde plantendelen, zoals o.a. 
groeifactoren, flavonoïden, specifieke proteïnen, hormonale groeistoffen, auxinen en gibberellinen. Planthormonen zijn organische stoffen die zich binden aan een receptor (meestal een proteine). Er zijn verschillende planthormonen bekend en daarnaast zijn er ook nog enkele andere substanties die van invloed zijn op de groei van planten (zie kader 1).

 

Planthormonen:                                                       Overige bestanddelen:
• auxinen                                                                   • aminozuren
• gibberillines                                                            • nucleïnezuren
• cytokinen                                                                • enzymen
• abscisinezuur                                                          • mineralen
• ethyleen                                                                  • vitaminen

Kader 1: Planthormonen en overige bestanddelen  
 

De bereiding:
Tijdens de bereiding van gemmopreparaten, worden er gedurende minimaal 3 weken extracten op basis van een mengsel van glycerine en alcohol bereid. De bereiding verloopt volgens de Franse Farmacopee (1965), waarbij de gewichtsverhouding tussen het plantenmateriaal en het extractiemiddel 1 op 20 is. Na de
extractieperiode wordt het plantenmateriaal onder hoge druk uitgeperst en vervolgens gefiltreerd. Dit zogenaamde glycerinemaceraat geeft een zo volledig mogelijk extract (en ook weergave) van de specifieke en complexe samenstelling van de gebruikte jonge plantendelen.

De aldus verkregen oplossing kan pas op de juiste manier worden toegepast nadat het 1 op 10 verdund is in een mengsel van water, alcohol en glycerine. Dit is volgens de grondleggers de enige juiste verdunning in de gemmotherapie. Deze bereidingswijze is noodzakelijk om de specifieke eigenschappen van de unieke
groeistoffen te kunnen behouden. Het mengsel van alcohol, glycerine en water functioneert als drager, waardoor deze waardevolle stoffen van de plant, via een transformatieproces, in het mengsel overgaan. Alleen zo kunnen zij door de verschillende orgaanstelsels worden opgenomen (absorptieproces), omgezet (metabolisme) en uitgescheiden (eliminatie).

Ook de juiste bereiding van de complexen vraagt om een goed inzicht in het gebruik en de toepassing van de verschillende ingredienten. Vooral de timing, de temperatuur, het kiezen van de juiste volgorde van menging zijn in het mengproces is bepalend voor het eindresultaat. Alleen wanneer dit proces op de juiste wijze wordt doorlopen kunnen de verschillende bestanddelen zich goed met elkaar vermengen (vrijwel zonder de
zogenaamde “glycerinestrepen”) en hun eigen aangename smaak ontwikkelen.


Samengevat:
Door het glycerinemaceraat als uitgangsmateriaal te kiezen en dit vervolgens te tienvoudig te verdunnen, in een mengsel van glycerine, alcohol en water, wordt een preparaat met een bijzonder hoogwaardige kwaliteit verkregen, met een maximale biologische beschikbaarheid en behoud van alle toepassingsmogelijkheden van de verschillende heilzame kruiden.

Afbeelding van Onderscheid met de fytotherapie